Krachttoestellen: twintig toestellen in vier groepen
Elk krachttoestel laat je één beweging maken, geleid door het toestel, tegen een weerstand. Twintig toestellen, in vier groepen die je in bijna elke sportschool tegenkomt. Klik op een toestel voor de volledige kaart.
Hoe een krachttoestel werkt, zie je op elk toestel terug: een gewichtsstapel met een pin of een motor voor de weerstand, een hefboom met een draaipunt op de lijn van je gewricht, en instelpunten (zitting, rugleuning, rol, handgreep) die je lichaam op de juiste plek brengen.

Benen en billen
Leg press (beenpers)De leg press belast je bovenbeen voor en achter, je billen en je kuiten.
Leg extension (beenstrekker)De voorkant van je bovenbeen (de vierhoofdige dijspier); dit toestel belast alleen die spier.
Leg curl (beenbuiger)De achterkant van je bovenbeen (de hamstring).
Abductor (beenspreider)De buitenkant van je heup en bil (de middelste en de kleine bilspier).
Adductor (beensluiter)De binnenkant van je bovenbeen (de adductorspieren).
Calf press (kuitpers)Je kuiten (de oppervlakkige kuitspier en de scholspier).
Hip thrust (heupstoot)Je bilspieren (de grote bilspier) en de achterkant van je bovenbeen (de hamstring).
Squat (kniebuiging)De voorkant van je bovenbeen (de vierhoofdige dijspier, hier quadriceps genoemd) en je bilspieren (de grote bilspier).Borst en schouders
Chest press (borstpers)Je borstspier (de grote borstspier), de achterkant van je bovenarm (de driehoofdige armstrekspier, de triceps) en de voorkant van je schouder (de voorste deltaspier).
Butterfly (vlinder)Je borstspier (de grote borstspier en de kleine borstspier) en je schouders (de deltaspier).
Shoulder press (schouderpers)Je schouders (de zijdelingse deltaspier), de achterkant van je bovenarm (de driehoofdige armstrekspier, de triceps) en de bovenkant van je rug tussen nek en schouders (de hoge monnikskapspier).
Reverse fly (omgekeerde vlinder)De bovenkant en het midden van je rug (de monnikskapspier en de rhomboïde spieren, tussen je schouderbladen).Rug
Lat pulldown (lattrekker)Je brede rugspier, de lage monnikskapspier, de rhomboïde spieren tussen je schouderbladen, de achterkant van je schouders (de achterste deltaspier) en de grote ronde armspier naast je schouderblad.
Vertical traction (verticale trek)Je brede rugspier, de voorkant van je bovenarm (de biceps) en de rhomboïde spieren tussen je schouderbladen.
Seated row (zittend roeien)Je brede rugspier, de monnikskapspier, de rhomboïde spieren tussen je schouderbladen en de achterkant van je schouders (de achterste deltaspier).
Back extension (rugstrekker)Je onderrug (de rugstrekspieren), je bilspieren (de grote bilspier) en de achterkant van je bovenbeen (de hamstring).Armen en romp
Biceps curl (bicepskrul)De voorkant van je bovenarm (de biceps) en de spier eronder (de onderste bovenarmspier).
Triceps press (tricepspers)De achterkant van je bovenarm (de driehoofdige armstrekspier, de triceps).
Abdominal crunch (buikspiertoestel)Je buikspieren (de rechte buikspier, de buitenste en de binnenste schuine buikspier en de dwarse buikspier).
Rotary torso (rompdraaier)De zijkant van je buik (de binnenste en de buitenste schuine buikspier).