Losse gewichten: dumbbell, halter en kettlebell
Een dumbbell (handhalter) is een kort gewicht voor één hand. Een halter is de lange stang met schijven die je met twee handen pakt, en een kettlebell (kogelhalter) is een kogel met een handvat. Een los gewicht heeft geen geleiding en geen instelpunten: het toestel bepaalt de baan van de beweging niet, dat doe jij. Daarom weegt de regel van deze cursus hier het zwaarst: ook een dumbbell pak je de eerste keer onder begeleiding van een instructeur. Welke oefening je ermee doet, hoort bij die instructie.

Pakken en terugzetten
Een los gewicht pak je recht omhoog uit het rek en zet je recht terug. De fabrikant schrijft een loodrechte beweging voor: niet kantelen of zijwaarts bewegen voordat het gewicht helemaal vrij is. Bij een halter buig je je knieën, houd je je rug recht en trek je met beide armen gelijk omhoog; je strekt je benen om te tillen.
Wat niet mag
- Niet laten vallen: dat beschadigt de schijven of de vergrendeling, en schijven kunnen daarna zonder waarschuwing loslaten.
- Niet tegen elkaar slaan.
- Niet op steunen: een dumbbell of kettlebell is geen steun voor een push-up (opdrukoefening) en geen houvast bij het rekken.
- Bij een halter aan beide kanten hetzelfde gewicht, en de schijven vastgezet voordat je tilt. Bij een verstelbare halter doet een vergrendeling dat; bij een gewone halter de klemmen aan de uiteinden van de stang.
- Vrije ruimte om je heen, ruimer dan je armen reiken, en voor elk gebruik kijken of het gewicht heel is.
Waar deze rubriek nu bij blijft
Houd je aan die punten, dan is de vrije-gewichtenhoek net zo overzichtelijk als de toestellen. Oefeningen met losse gewichten komen in de atlas pas met een eigen fabrikantsbron, net als bij een toestel; tot die tijd blijft deze rubriek bij wat het is en bij veiligheid.
De eerste keer doe je dit toestel onder begeleiding van een instructeur. Wil je verder, train dan onder begeleiding van een professional.