Roeier (rower, roeitrainer)
Een rail met een glijdend bankje, voetplaten en een vliegwiel in een kooi, met aan een ketting de handle (het handvat). Op de kooi zit de damper (luchtschuif), een hendel met de cijfers 1 tot en met 10; erboven staat de PM5-monitor.
Wat je ermee doet
Je benen, je rug en je armen; de haal begint bij je benen, dan je rug, dan je armen.
Opstappen en afstappen
Je gaat op het bankje zitten, zet je voeten op de voetplaten en pakt de handle met beide handen. Je trekt recht naar achteren, nooit met één hand. Voordat je loslaat, zet je de handle tegen de kettinggeleider of in de houder; je laat hem nooit terugschieten.
Zo stel je het in
De luchtschuif bepaalt hoeveel lucht de kooi in komt. Hij werkt als een fietsversnelling: hij verandert het gevoel van het roeien, niet rechtstreeks de weerstand. De weerstand bepaal je zelf met hoe hard je trekt. Concept2 adviseert een luchtschuif van 3 tot 5. De roeier en de SkiErg zijn ook twee stations van een fitness race; daar staat de luchtschuif op 6 en de voetplaat van de roeier op 4, en je mag ze zelf verzetten.
De knoppen en het scherm
De PM5 gaat aan zodra je aan de handle trekt; gewoon beginnen heet Just Row (gewoon roeien). Het scherm toont de tijd, de afstand, je slagen per minuut en je split (tempo per 500 meter).
De techniek
Concept2 beschrijft de stroke (slag) in vier stappen. De catch (de inpik): armen gestrekt, schouders laag, bovenlichaam vanuit de heupen naar voren, schenen verticaal. De drive (de haal): eerst duwen met je benen, dan je rug door de verticale stand zwaaien, dan pas je armen. De finish (de uitpik): licht achterover, benen gestrekt, de handle losjes onder je ribben, polsen vlak. De recovery (de terugkeer): eerst je armen strekken, dan vanuit de heupen naar voren leunen, en pas voorbij je knieën de knieën buigen en naar voren glijden.
De eerste keer doe je dit toestel onder begeleiding van een instructeur. Wil je verder, train dan onder begeleiding van een professional.